In dit artikel

Bij het programmeren wordt er veel onderscheid gemaakt tussen scripttalen (die je gebruikt voor scripting) en conventionele programmeertalen. Wat is nou eigenlijk het verschil tussen de twee? En wat is het voordeel wanneer je een scripttaal gebruikt?

Wat is scripting?

Een scripttaal is een programmeertaal die wordt geïnterpreteerd. Dit betekent dat je de stap van compiling als het ware overslaat. Dit maakt scripttalen over het algemeen wat ‘makkelijker’ te gebruiken, omdat je niet alle details zelf hoeft uit te werken. Je geeft slechts globale instructies aan het systeem.

JavaScript is een bekende scripttaal. Deze wordt geïnterpreteerd in de browser (ook wel de client genoemd). Dit betekent dat op het moment dat een gebruiker een webpagina laadt, de browser deze code pas uitvoert. De code ‘wacht’ dus als het ware totdat de gebruiker een actie uitvoert.

Wat voor functies kan een scripttaal hebben? Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met de stijl van de pagina, het laden van afbeeldingen, het uitvoeren van bewegingsanimaties enzovoort.

Het verschil tussen programmeren en scripting

Scripting is een vorm van programmeren. Je kunt scripttalen zien als een subcategorie van programmeertalen. De een is dus wat specifieker dan de ander.

Waarom is dit verschil van belang? Omdat niet iedere programmeertaal een scripttaal is. Een taal zoals C (een conventionele taal) is bijvoorbeeld geen scripttaal. Dit vergt een iets andere aanpak bij het programmeren, omdat je met compiling te maken hebt.

Vraag over je eigen software? Je praat direct met de developers die het bouwen.

De voordelen van scripting

Het grootste voordeel van scripting is eigenlijk dat het veel dingen simpeler maakt voor de programmeur. Je hoeft bij scripttalen geen rekening te houden met memory management et cetera. Memory management is kort gezegd dat je moet instellen hoeveel geheugen een applicatie gebruikt.

Schema van broncode naar processor. C en C++ gaan via een compiler, een assembler en een linker naar machinecode. Java en C# gaan via een compiler naar een bytecode-interpreter die tijdens het draaien machinecode maakt. Python en PHP gaan via een vertaler, ook tijdens het draaien. Alle drie de routes eindigen bij de processor.
Bron: TechTarget

Scripttalen maken veel acties dus gemakkelijker omdat het systeem alles wat je doet interpreteert. Je geeft dus wat algemenere instructies, en bijvoorbeeld de browser voert deze instructies dan uit zoals deze denkt dat de bedoeling is.

Dit betekent dus ook dat conventionele programmeertalen zoals C wat nauwkeuriger zijn omdat je meer controle hebt.

Voorbeelden van bekende scripttalen

Scripttalen worden veelal gecategoriseerd op twee manieren:

  • Client-side
  • Server-side

Een client-sidetaal wordt geïnterpreteerd in bijv. de browser van de gebruiker. De code wordt dus uitgevoerd op het allerlaatste moment, voordat de gebruiker het resultaat krijgt te zien. Een server-sidetaal wordt geïnterpreteerd in de server, voordat het naar de client gaat.

Dit zijn voorbeelden van de bekendste scripttalen:

  • JavaScript (client-side)
  • PHP (server-side)
  • Python (server-side)
  • Node.js (server-side)
  • Ruby (server-side)

Praten met een specialist?

Wil jij een eigen app laten ontwikkelen door een ervaren appontwikkelaar? Neem dan contact met ons op via de knop hieronder en leer over de mogelijkheden.

Klaar om te sparren? Plan een uur met ons team, of bel +31 (0)24 202 24 35.