Design thinking is tegenwoordig een van de belangrijkste manieren om digitale producten en services te ontwikkelen. In plaats van te starten met functies of techniek, begin je bij de mensen voor wie je ontwerpt.
In deze gids lees je wat design thinking is, hoe het proces eruitziet en hoe je de methode gebruikt om betere apps en webapplicaties te bouwen.
Wat is design thinking?
Design thinking is een mensgerichte aanpak om problemen op te lossen door eerst gebruikers te begrijpen, vervolgens ideeën te verkennen en oplossingen snel te testen.
Waar veel traditionele werkwijzen starten vanuit techniek, planning of aannames, draait design thinking om begrijpen, onderzoeken en itereren. Je kijkt niet alleen naar wat gebruikers zeggen, maar vooral naar wat ze proberen te bereiken en waar ze vastlopen.
De methode wordt inmiddels gebruikt door startups, corporates en overheden, omdat het helpt om complexe vraagstukken helder te krijgen en oplossingen te ontwikkelen die echt werken in de praktijk, van een nieuwe app tot een intern systeem of klantenportaal.
Een belangrijk verschil met klassieke projectaanpakken is dat aannames niet als waarheid worden gezien. Alles wat je denkt te weten, beschouw je als hypothese. Die hypotheses toets je zo vroeg mogelijk bij echte gebruikers. Zo voorkom je dat je weken werkt aan een richting die uiteindelijk niet aansluit bij hun behoeften.
Waarom design thinking relevant is voor digitale producten
Voor apps en webapplicaties is design thinking bijzonder krachtig, omdat digitale producten nooit echt af zijn. Je kunt blijven verbeteren, nieuwe functies toevoegen en bestaande flows optimaliseren.
Belangrijke voordelen:
- Gebruikers staan centraal: je ontwerpt niet op gevoel, maar op basis van inzichten uit onderzoek.
- Minder risico: door vroeg te testen met prototypes, voorkom je dure misstappen in ontwikkeling.
- Sneller leren: korte iteraties betekenen dat je sneller ziet wat wel en niet werkt.
- Betere samenwerking: product owners, designers, developers en stakeholders werken rond hetzelfde doel.
Design thinking sluit bovendien goed aan op disciplines als onze aanpak rond digitale interactie‑ontwerp, waar visuele en interactionele keuzes worden vertaald naar concrete schermen, agile ontwikkeling en product discovery. Het vormt een kapstok waar je andere technieken aan ophangt.
Het design thinking proces: het model in vijf fasen
Het meest gebruikte design thinking model bestaat uit vijf fasen. Het design thinking proces is niet strikt lineair. Je beweegt heen en weer tussen de stappen wanneer nieuwe inzichten dat vragen.
1. Empathize: inleven in de gebruiker
In de eerste fase verdiep je je in de context van de gebruiker. Je wilt begrijpen waarom iemand een bepaald gedrag laat zien. Niet alleen wie de gebruiker is, maar vooral wat hij of zij probeert te bereiken.
- wie de gebruiker is
- wat hij of zij probeert te bereiken
- welke frustraties en obstakels er zijn
Je gebruikt bijvoorbeeld interviews, observaties, enquêtes of analytics. Op basis hiervan maak je persona’s en scenario’s, of werk je de huidige user flow uit. In onze uitleg over de user flow lees je hoe zulke stappen inzicht geven in knelpunten en kansen voor verbetering.
2. Define: het probleem scherp formuleren
Met alle inzichten uit de empathiefase definieer je de kern van het probleem. Dat doe je door patronen en terugkerende thema’s te zoeken. Je gaat van losse observaties naar een concrete probleemstelling.
Een probleemdefinitie werkt pas echt goed wanneer hij scherp genoeg is om richting te geven. Teams merken het meteen: als de formulering te breed blijft, verzand je binnen de kortste keren in losse ideeën die weinig samenhang hebben. Vaak gebruik je een “How might we” vraag, bijvoorbeeld: “Hoe kunnen we het aanmelden voor de app eenvoudiger en sneller maken voor nieuwe gebruikers?”
3. Ideate: zoveel mogelijk oplossingen bedenken
Pas als je probleem echt helder is, ga je ideeën genereren. In deze fase laat je de remmen los. Je verzamelt alles wat in je opkomt, van voor de hand liggende opties tot wilde schetsen die misschien nooit het finale product halen, maar wél nieuwe richtingen openen.
Handige formats:
- brainstormsessies met verschillende disciplines
- “crazy 8’s” schetsrondes
- mindmaps rond thema’s of persona’s
Veel teams werken hier al met ruwe schetsen of simpele wireframes. Deze schetsen kunnen teams helpen snel richting te bepalen.
4. Prototype: ideeën tastbaar maken
Uit de ideefase kies je de meest veelbelovende richtingen. Die werk je uit tot prototypes. Dat kunnen simpele klikbare schermen zijn, een papieren flow of een low fidelity versie van je app.
Belangrijke principes bij prototyping:
- houd het snel en goedkoop
- laat alleen zien wat nodig is om te testen
- wees niet bang om je prototype “fout” te laten zijn, daar leer je van
Bij digitale producten gaat het vaak om een interactief model van de interface.
5. Test: leren van echte gebruikers
In de testfase leg je je prototypes voor aan echte gebruikers. Je kijkt hoe zij ermee omgaan en luistert naar hun feedback. Hier ontdek je of je aannames kloppen en welke onderdelen verwarring of frustratie opleveren.
Na elke testronde kies je: itereren op je huidige oplossing, terug naar ideation voor nieuwe ideeën of zelfs een stap terug naar de define fase als de probleemstelling niet blijkt te kloppen. Dat maakt het design thinking proces flexibel en krachtig.
Voorbeelden van design thinking in de praktijk
Design thinking is breed toepasbaar. In de praktijk gaat dit vaak ook hand in hand met een design sprint om dit proces in een korte tijd uit te voeren.
Hier zijn een paar voorbeeldsituaties:
- Nieuwe app voor klanten: een organisatie wil een selfservice app bouwen. In plaats van direct schermen te laten ontwerpen, wordt eerst onderzoek gedaan naar de meest voorkomende vragen en taken. Op basis daarvan ontstaat een app die echt aansluit bij de dagelijkse praktijk.
- Digitaal klantenportaal: een bedrijf heeft al jaren een portaal dat klanten moeilijk vinden. Door gebruikers te interviewen en hun huidige flow te observeren, kom je vaak kleine details tegen die op papier onbelangrijk lijken, maar in de praktijk grote impact hebben. Met design thinking wordt stap voor stap een nieuwe ervaring ontworpen en getest.
- Interne procesapplicatie: medewerkers moeten veel handmatige stappen uitvoeren. Met design thinking worden de processtappen versimpeld, worden overbodige velden verwijderd en ontstaat een interface die het werk versnelt in plaats van vertraagt.
In al deze gevallen helpt de design thinking methode om weg te blijven van “we denken dat dit goed is” en toe te werken naar “we hebben getest dat dit werkt voor onze gebruikers”.
Zo start je zelf met de design thinking methode
Zelf aan de slag met design thinking hoeft helemaal niet groot of ingewikkeld te beginnen. Soms is één klein probleem al genoeg om het proces in beweging te zetten. Je kunt klein beginnen, bijvoorbeeld met één probleem in één productteam.
Praktische startstappen:
- Kies een concrete uitdaging: bijvoorbeeld een lage conversie in je onboarding of veel supportvragen over een specifieke feature.
- Stel een multidisciplinair team samen: product owner, designer, developer en iemand uit de business.
- Plan een korte ontdekfase: praat met 5 tot 10 gebruikers, bekijk data, loop hun huidige flow door.
- Formuleer een scherpe probleemstelling: schrijf op voor wie je het probleem oplost en waarom.
- Organiseer een ideesessie: genereer meerdere oplossingsrichtingen, kies er een paar om uit te werken.
- Maak snelle prototypes: gebruik bijvoorbeeld klikbare mockups of simpele schermschetsen.
- Test met gebruikers: plan korte sessies waarin je kijkt of mensen met het prototype hun taak kunnen voltooien.
Na een paar iteraties merk je vanzelf dat het proces natuurlijker begint te voelen. Teams grijpen eerder naar onderzoek, stellen betere vragen en durven sneller iets kleins te testen voordat er gebouwd wordt.
Veelgemaakte fouten bij design thinking
Ondanks de duidelijke structuur gaat design thinking niet altijd vanzelf. Dit zijn fouten die we vaak zien:
- Te snel naar de oplossing gaan: zonder voldoende empathieonderzoek los je een symptoom op in plaats van de kern.
- Geen duidelijke probleemdefinitie: als iedereen een ander probleem in het hoofd heeft, worden prototypes willekeurig.
- Te weinig gebruikers bij het proces betrekken: een paar interne meningen zijn geen gebruikersinzicht.
- Prototypes te perfect willen maken: dan kost het te veel tijd en durf je minder te testen en bij te sturen.
- Design thinking als eenmalig project zien: het is juist een continu proces van leren en verbeteren.
Door deze valkuilen bewust te vermijden, haal je meer uit elke iteratie.
Design thinking combineren met andere methodes
Design thinking staat niet op zichzelf. In digitale productontwikkeling combineer je het vaak met andere frameworks en technieken, zoals bij het verkennen van producten en kansen of tijdens het ontwerpen van de app waar keuzes worden gevalideerd voordat er gebouwd wordt.
- UI/UX design: design thinking bepaalt de richting en leert je wat gebruikers nodig hebben. UI/UX design vertaalt dit naar concrete schermen, interacties en visuele keuzes..
- Wireframes en flows: in de ideate en prototype fase zijn wireframes, klantreizen en schermflows onmisbaar. Ze maken ideeën visueel en bespreekbaar..
- Agile en iteratieve ontwikkeling: waar agile gaat over hoe je werk organiseert in sprints, helpt design thinking vooral bij het kiezen van de juiste dingen om te bouwen.
Door deze werelden te combineren, voorkom je dat je efficiënt bouwt aan een product dat niemand echt nodig heeft.
Klaar om met jouw productidee aan de slag te gaan?
Als je werkt aan een nieuw digitaal product of merkt dat je huidige oplossing toe is aan een scherpere richting, kan het helpen om samen te kijken naar de beste eerste stappen. Design thinking biedt houvast, maar het is vaak prettig om met een ervaren team mee te denken over welke aanpak past bij jouw organisatie en uitdaging.
Wil je sparren over jouw idee of onderzoeken hoe je een volgende stap maakt? Dan kun je altijd een gesprek inplannen via onze pagina voor professionele app‑ontwikkeling, waar we je helpen de juiste richting te bepalen.